Stop navigatie

Wat?

Wat is computationeel denken?

Er bestaan verschillende definities van computationeel denken.

Het is ontstaan in Engeland, waar 'Computational Thinking' nu al vijf jaar in het leerplan staat. Kennisnet in Nederland heeft het begrip letterlijk vertaald. In Vlaanderen werd het eerst vertaald als Computerdenken en 'programmeren' werd vertaald als coderen. In de nieuwe eindtermen van het secundair onderwijs is het nu opgenomen als 'Computationeel denken en handelen'.

Het Departement van Onderwijs heeft een definitief geformuleerd. Die staat te lezen in het document 'Zo denkt een computer, programmeren en computationeel denken in het onderwijs' van Ben Bastiaensen en Jan De Craemer

Computationeel denken = het menselijke vermogen om complexe problemen op te lossen en daarbij computers als hulpmiddel te zien.

Wat is het verschil tussen computationeel denken en programmeren? (Allard Strijker SLO Nederland)

Vier kernconcepten

In computationeel denken vinden we vier kernconcepten.

Algoritme

Computers hebben duidelijke instructies nodig. Een algoritme is een geheel van instructies die stapsgewijs uitgevoerd kunnen worden om een probleem op te lossen. Hierbij is het belangrijk dat deze ondubbelzinnig zijn. De staartdeling is een voorbeeld van een algoritme. De stappen om een koprol te maken is een algoritme.

Decompositie

Is het probleem oplossen door het in kleinere problemen op te splitsen. Door die afzonderlijk op te lossen, kom je tot het oplossen van het groter probleem. 

Patroonherkenning

Patronen zijn dingen die zich herhalen of die sterk op elkaar gelijken. Het is dan ook een belangrijke vaardigheid in het oplossen van problemen om de patronen te herkennen. Het stelt je in staat om een bestaand patroon te gebruiken in een nieuw probleem. Daarom zijn kleuters al bezig met patronen. Een trap tekenen is een verticale streep, een hoek van 45° en een horizontale streep, en dat patroon een aantal keer herhalen.


Abstractie

Dat is hoofdzaak van bijzaak kunnen onderscheiden. Het kaf van het koren. De gegevens die je niet nodig hebt, wegdenken. Het lezen van een kaart met metrolijnen bijvoorbeeld.

Opdracht

Neem nu jouw twee stappenplannen die je in je Word-document hebt bewaard. Vul aan waar je de kernconcepten vindt. Het is best mogelijk dat je meerdere kernconcepten kan gebruiken bij eenzelfde stap.

Dit artikel valt onder de licensiebepalingen van Creative Commons Naamsvermelding Gelijk delen Licentie 4.0